De stoel

Wie een groot deel van de dag zittend werkt, verdient een goede, correct instelbare stoel. Een vaste stoel is geschikt voor vergaderruimtes of kantines, maar niet voor kantoorwerk.

Het eerste dat instelbaar moet zijn, is de zithoogte, en wel tussen 40 en 53 cm. De bovenbenen moeten liefst horizontaal blijven, de knieën een hoek van 90° maken en de voeten moeten plat op de grond kunnen rusten. Om dit te bereiken moet de zithoogte aangepast kunnen worden aan de lichaamslengte. Kleine mensen kunnen een voetensteun nodig hebben als extra aanpassing.

Zittend werk belast de rug het meest, zo'n 40% méér dan staand werk. Een in hoogte verstelbare rugsteun kan het onderste deel van de rug helpen bij het behouden van de natuurlijke kromming.
De rugsteun moet het bekken iets naar voren laten kantelen. Daartoe moet deze steun niet te hoog staan, en ook weer instelbaar zijn om deze hoogte aan de lichaamslengte aan te passen.
Een zitting die iets schuin naar voren helt, helpt te voorkomen dat het bekken naar achteren zakt, het bekende 'doorzakken'.